Zb = 1.15 m · Q = 2 · Op: Woning
Geen ontvangposities. Klik op '+ Ontvangpositie' op de kaart om er een toe te voegen.
Op het dak van de woning — plat dak of tegen de nok — staat de buitenunit ver van elke erfgrens. De klassieke toets op de perceelgrens valt daardoor vaak verrassend gunstig uit: de afstand is groot en de dakrand schermt de laag gelegen beoordelingspunten af. Maar daarmee bent u er niet. Op deze hoogte heeft de unit vrij zicht op slaapkamerramen van woningen verderop, en juist dáár ontstaan in de praktijk de klachten.
Deze variant start met een unit op 7,3 meter hoogte op het dak van een rijwoning. De waarschuwing in het resultatenpaneel herinnert u eraan dat hoger gelegen ramen van buurwoningen extra beoordeeld moeten worden.
Pas bij “Gebouwen” het grondvlak en de hoogte van uw woning aan. Bij een hellend dak gebruikt u de goothoogte of de hoogte van de opstelplek.
Plaats de unit minimaal enkele meters uit de dakrand. De rand werkt dan als scherm voor alle laag gelegen punten op de erfgrens.
Plaats met “+ Ontvangpositie” punten op slaapkamerramen van woningen aan de overkant van de tuin of straat, op het werkelijke raamhoogte (z).
Vul het geluidsvermogen van het beoogde toestel in bij “Toestelgegevens”; de tool toetst direct of het voldoet aan zowel de erfgrens- als de raamposities.
Het wettelijke beoordelingspunt op de perceelgrens ligt op 1,5 meter boven maaiveld. Voor een bron op 7 meter hoogte ligt dat punt diep in de geluidsschaduw van de eigen dakrand: de berekende waarde is laag en de toets wordt makkelijk gehaald. Het werkelijke aandachtspunt zit hoger: ramen en dakterrassen van omliggende woningen op vergelijkbare hoogte, waar wel vrij zicht op de unit bestaat.
De WPAC-methode schrijft daarom voor om bij bronhoogtes boven 2,5 meter ontvangposities bij te openen ramen en deuren van buurwoningen te beoordelen, op de werkelijke hoogte van die ramen. In deze tool doet u dat met de gele P-markeringen. Het maximaal toelaatbare LwA wordt dan bepaald door het strengste punt — vaak zo’n raam, niet de erfgrens.
Plaats de unit zo ver mogelijk van de dakrand én van de zijde waar de dichtstbijzijnde slaapkamerramen zitten. Elke meter extra afstand tot de rand vergroot de afschermingshoek. Een opstelling midden op het dak, eventueel met een lichte dakrandverhoging, presteert akoestisch het best.
Twee praktische punten vallen buiten deze luchtgeluidberekening maar verdienen aandacht: trillingsoverdracht naar de constructie (op een houten dakconstructie zijn zware trillingsdempers en eventueel een ontkoppeld frame nodig) en windgeluid rond de unit op grotere hoogte. Bij twijfel over de constructie is een installateur of constructeur raadplegen verstandig.
De rekentool is gebaseerd op WPAC-geluid V2020, de officiële rekentool voor het geluid van buiten opgestelde warmtepompen en airco’s die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is ontwikkeld. De tool berekent de geluidsoverdracht (D) van de buitenunit naar elk beoordelingspunt: hoe groter de overdrachtsdemping, hoe meer geluid het toestel mag produceren.
De belangrijkste factor is afstand: elke verdubbeling van de afstand scheelt 6 dB. Daarnaast telt de richtingsfactor Q mee — een unit die binnen 2,5 meter van één wand staat (Q=1) klinkt 3 dB harder dan een vrij opgestelde unit (Q=2), en in een hoek tussen twee wanden (Q=0,5) komt daar nog eens 3 dB bij. Reflecties via wanden van gebouwen verhogen het geluidsniveau, terwijl gebouwen tussen de unit en het beoordelingspunt het geluid juist afschermen.
Uit de overdrachtsdemping volgt het maximaal toelaatbare geluidsvermogen (LwA) van het toestel: max LwA = grenswaarde + D − marge. De veiligheidsmarge (standaard 3 dB, minimaal 2 dB) dekt onzekerheden in het ontwerp- en meetproces. Het berekende maximum vergelijkt u met het geluidsvermogen op het energielabel of in de productdocumentatie van de warmtepomp.
Sinds 1 januari 2024 staan de geluidseisen voor warmtepompen en airco’s in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Artikel 4.107 lid 2 Bbl bepaalt dat een buiten opgestelde installatie voor warmte- of koudeopwekking op de perceelgrens met een woonperceel van een ander maximaal 40 dB mag veroorzaken. Voor situaties op hetzelfde perceel — zoals appartementen — geldt dezelfde grenswaarde bij te openen ramen en deuren van een andere woning (artikel 4.108 lid 3 Bbl).
De grenswaarde van 40 dB geldt in de avond en nacht (19:00–07:00 uur). Heeft het toestel een geluidsarme instelling (stille modus) die in die periode actief is, dan geldt overdag (07:00–19:00 uur) een grenswaarde van 45 dB. Zonder stille modus moet het toestel dus ook overdag aan de 40 dB voldoen. Lees meer op de pagina over de geluidsnormen voor warmtepompen.
Ja. De 40 dB-eis op de perceelgrens en bij ramen van andere woningen geldt ongeacht waar de unit staat — maaiveld, aanbouw of dak. Op het dak verschuift het kritieke toetspunt alleen vaak van de erfgrens naar hoger gelegen ramen van buren.
Nog niet. Bij een bron op dakhoogte moet u ook ramen en deuren van omliggende woningen op hun werkelijke hoogte beoordelen. Voeg die als ontvangposities toe; het laagste maximaal toelaatbare LwA van alle punten is bepalend.
Hoe verder, hoe beter: de dakrand werkt als geluidsscherm voor lager gelegen punten zodra de zichtlijn doorbroken wordt. Vanaf circa 2 meter uit de rand wordt het effect goed merkbaar; de tool rekent de afscherming exact uit op basis van de geometrie.
Nee. De berekening betreft het luchtgeluid van het toestel zelf (LwA). Trillingen via de constructie en windeffecten vallen erbuiten, maar zijn op daken in de praktijk wel belangrijke aandachtspunten — gebruik trillingsdempers en overleg met uw installateur.
Deze rekentool geeft een indicatieve berekening op basis van WPAC-geluid V2020 en is geen vervanging voor een formeel akoestisch onderzoek. Raadpleeg bij twijfel een akoestisch adviseur of uw gemeente.