Zb = 0.90 m · Q = 2
Geen ontvangposities. Klik op '+ Ontvangpositie' op de kaart om er een toe te voegen.
Bij een appartement werkt de geluidstoets anders dan bij een grondgebonden woning. Er is meestal geen perceelgrens tussen de woningen: buren wonen op hétzelfde perceel, naast, boven of onder u. Daarom wordt het geluid niet op een erfgrens beoordeeld, maar bij te openen ramen en deuren van de omliggende woningen (artikel 4.108 lid 3 Bbl).
Deze variant van de tool staat daarom in de modus “posities”: plaats eerst een of meer ontvangposities op de ramen en balkons van de buren (knop “+ Ontvangpositie”) — zonder ontvangposities is er niets om aan te toetsen en blijft het resultaat leeg.
Het grijze blok is het appartementengebouw. Pas de afmetingen en hoogte aan bij “Gebouwen”.
Zet de unit op de gewenste plek: aan de gevel, op een balkon of op het dak. Pas de hoogte (Z) aan naar de werkelijke montagehoogte.
Klik op “+ Ontvangpositie” en tik op de kaart ter hoogte van ramen en balkondeuren van de buren. Stel per punt de juiste hoogte (z) in: het midden van het raam. Dit zijn de wettelijke toetspunten.
Geef per ontvangpositie aan of er vrij zicht op de unit is (“Afgeschermd” uit/aan) en kies de Q-factor: 0,5 voor een positie in een hoek met twee wanden, zoals een ingesloten balkon.
Binnen één perceel geldt de 40 dB-grens bij de te openen ramen en deuren van andere woningen — het slaapkamerraam van de bovenburen, de balkondeur van de buren naast u. De afstand van de unit tot die punten is vaak maar enkele meters, en gevels, balkonplaten en borstweringen reflecteren het geluid. Een balkon werkt akoestisch als een hoek: tussen vloer, gevel en zijwand wordt dezelfde unit tot 6 dB harder waargenomen (Q=0,5).
Voor toetspunten vóór een gevel zonder buitenruimte past de methode bovendien een gevelcorrectie van 5 dB toe. De tool verwerkt deze correcties per ontvangpositie; u hoeft alleen de geometrie en de instellingen per punt goed te zetten.
Naast de geluidseis uit het Bbl heeft u bij een appartement vrijwel altijd toestemming van de Vereniging van Eigenaars (VvE) nodig: de gevel, het balkonhek en het dak zijn gemeenschappelijke delen. Veel VvE’s vragen om een geluidsonderbouwing voordat ze instemmen — de berekening uit deze tool (deelbaar via de “Delen”-knop) is daarvoor een goed startpunt, eventueel gevolgd door een formeel akoestisch rapport.
Praktische maatregelen die bij appartementen het verschil maken: een toestel met lage LwA en stille (nacht)modus, trillingsdempers op de beugel of vloer, de unit niet in een ingesloten balkonhoek hangen, en afstemming met de direct omwonenden vóór de installatie.
De rekentool is gebaseerd op WPAC-geluid V2020, de officiële rekentool voor het geluid van buiten opgestelde warmtepompen en airco’s die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is ontwikkeld. De tool berekent de geluidsoverdracht (D) van de buitenunit naar elk beoordelingspunt: hoe groter de overdrachtsdemping, hoe meer geluid het toestel mag produceren.
De belangrijkste factor is afstand: elke verdubbeling van de afstand scheelt 6 dB. Daarnaast telt de richtingsfactor Q mee — een unit die binnen 2,5 meter van één wand staat (Q=1) klinkt 3 dB harder dan een vrij opgestelde unit (Q=2), en in een hoek tussen twee wanden (Q=0,5) komt daar nog eens 3 dB bij. Reflecties via wanden van gebouwen verhogen het geluidsniveau, terwijl gebouwen tussen de unit en het beoordelingspunt het geluid juist afschermen.
Uit de overdrachtsdemping volgt het maximaal toelaatbare geluidsvermogen (LwA) van het toestel: max LwA = grenswaarde + D − marge. De veiligheidsmarge (standaard 3 dB, minimaal 2 dB) dekt onzekerheden in het ontwerp- en meetproces. Het berekende maximum vergelijkt u met het geluidsvermogen op het energielabel of in de productdocumentatie van de warmtepomp.
Sinds 1 januari 2024 staan de geluidseisen voor warmtepompen en airco’s in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Artikel 4.107 lid 2 Bbl bepaalt dat een buiten opgestelde installatie voor warmte- of koudeopwekking op de perceelgrens met een woonperceel van een ander maximaal 40 dB mag veroorzaken. Voor situaties op hetzelfde perceel — zoals appartementen — geldt dezelfde grenswaarde bij te openen ramen en deuren van een andere woning (artikel 4.108 lid 3 Bbl).
De grenswaarde van 40 dB geldt in de avond en nacht (19:00–07:00 uur). Heeft het toestel een geluidsarme instelling (stille modus) die in die periode actief is, dan geldt overdag (07:00–19:00 uur) een grenswaarde van 45 dB. Zonder stille modus moet het toestel dus ook overdag aan de 40 dB voldoen. Lees meer op de pagina over de geluidsnormen voor warmtepompen.
Bij appartementen wordt getoetst op ontvangposities, niet op een erfgrens. Voeg eerst minimaal één ontvangpositie toe (knop “+ Ontvangpositie”) op een raam of balkon van een buurwoning — daarna verschijnen de resultaten.
De geluidsregels uit het Bbl gelden ook voor airco’s (het zijn dezelfde “installaties voor warmte- of koudeopwekking”). Daarnaast is vrijwel altijd toestemming van de VvE nodig omdat gevel en balkon gemeenschappelijk zijn. Controleer ook het huishoudelijk reglement.
Hangt de ontvangpositie in een hoek met twee of meer wanden (balkonvloer telt niet mee, wel zijwanden en gevel), kies dan Q=0,5. Bij één nabije wand Q=1, vrij vóór de gevel Q=2. De tool licht dit toe bij het instellen van elke positie.
Nee, de grenswaarde geldt bij andere woonfuncties — de buren. Voor uw eigen comfort gelden geen wettelijke buitenniveaus, al is het natuurlijk verstandig de unit ook niet pal naast uw eigen slaapkamerraam te hangen.
Deze rekentool geeft een indicatieve berekening op basis van WPAC-geluid V2020 en is geen vervanging voor een formeel akoestisch onderzoek. Raadpleeg bij twijfel een akoestisch adviseur of uw gemeente.