Zb = 1.15 m · Q = 2 · Op: Aanbouw
Geen ontvangposities. Klik op '+ Ontvangpositie' op de kaart om er een toe te voegen.
Het platte dak van een aanbouw of uitbouw is een populaire plek voor de buitenunit: hij staat uit het zicht, neemt geen tuinruimte in en het leidingwerk naar binnen is kort. Akoestisch is het echter een van de lastigste opstellingen. De unit staat op zo’n 3 tot 4 meter hoogte en “kijkt” daardoor over schuttingen en tuinmuren heen, recht op de gevels en ramen van de buren.
In deze variant van de rekentool staat de unit standaard op een aanbouw van 3 meter hoog. Versleep de unit over het dak en zie hoe de positie ten opzichte van de dakrand en de buurpercelen het resultaat bepaalt.
Pas bij “Gebouwen” de afmetingen en hoogte van de aanbouw aan uw situatie aan. De tool herkent automatisch dat de unit op het dak van de aanbouw staat.
Hoe verder de unit van de dakrand af staat, hoe meer de rand zelf als scherm werkt voor de laaggelegen beoordelingspunten op de erfgrens.
Omdat de unit hoger dan 2,5 meter staat, waarschuwt de tool dat u ook hoger gelegen ramen moet controleren. Plaats met “+ Ontvangpositie” een punt op de hoogte van het midden van het raam (bijvoorbeeld z = 4,5 m voor een slaapkamerraam).
Het resultaat toont het maximale LwA voor beide periodes. Een toestel met stille modus mag ’s nachts teruggeschakeld 40 dB realiseren en overdag 45 dB.
Op maaiveld wordt het geluid richting de buren vaak gebroken door schuttingen, tuinmuren en bijgebouwen. Op een aanbouw van 3,75 meter hoogte vervalt die afscherming grotendeels: er is vrij zicht van de unit naar de erfgrens en naar de eerste verdieping van omliggende woningen. Daar komt bij dat de achtergevel van de eigen woning vlak achter de unit staat en het geluid reflecteert — de tool telt die reflectie automatisch mee.
De beoordeling op de erfgrens gebeurt op 1,5 meter hoogte. Juist bij een hoge bron zegt dat punt niet alles: het geluidsniveau bij een slaapkamerraam op 4 à 5 meter hoogte kan hoger uitvallen dan op de erfgrens zelf. Daarom adviseert de officiële rekentool — en deze tool dwingt het af met een waarschuwing — om bij bronhoogtes boven 2,5 meter altijd extra ontvangposities op raamhoogte te beoordelen.
Werkt de berekening niet rond? De effectiefste maatregelen op een aanbouw zijn: de unit verder van de dakrand plaatsen (de rand gaat dan als scherm werken), een lichte dakrandverhoging of geluidsscherm rond de unit (gesloten, minimaal 10 kg/m²), een toestel met lager geluidsvermogen of een omkasting (vul de demping in bij “Toestelgegevens” als D omkasting).
Denk ook aan trillingen: een unit op een lichte dakconstructie kan contactgeluid naar de eigen wóning én naar de buren (bij een gedeelde aanbouwmuur) doorgeven. Trillingsdempers zijn op een dakopstelling vrijwel altijd nodig. Dit valt buiten de luchtgeluidberekening van deze tool, maar is in de praktijk een veelvoorkomende klachtenbron.
De rekentool is gebaseerd op WPAC-geluid V2020, de officiële rekentool voor het geluid van buiten opgestelde warmtepompen en airco’s die in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken is ontwikkeld. De tool berekent de geluidsoverdracht (D) van de buitenunit naar elk beoordelingspunt: hoe groter de overdrachtsdemping, hoe meer geluid het toestel mag produceren.
De belangrijkste factor is afstand: elke verdubbeling van de afstand scheelt 6 dB. Daarnaast telt de richtingsfactor Q mee — een unit die binnen 2,5 meter van één wand staat (Q=1) klinkt 3 dB harder dan een vrij opgestelde unit (Q=2), en in een hoek tussen twee wanden (Q=0,5) komt daar nog eens 3 dB bij. Reflecties via wanden van gebouwen verhogen het geluidsniveau, terwijl gebouwen tussen de unit en het beoordelingspunt het geluid juist afschermen.
Uit de overdrachtsdemping volgt het maximaal toelaatbare geluidsvermogen (LwA) van het toestel: max LwA = grenswaarde + D − marge. De veiligheidsmarge (standaard 3 dB, minimaal 2 dB) dekt onzekerheden in het ontwerp- en meetproces. Het berekende maximum vergelijkt u met het geluidsvermogen op het energielabel of in de productdocumentatie van de warmtepomp.
Sinds 1 januari 2024 staan de geluidseisen voor warmtepompen en airco’s in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Artikel 4.107 lid 2 Bbl bepaalt dat een buiten opgestelde installatie voor warmte- of koudeopwekking op de perceelgrens met een woonperceel van een ander maximaal 40 dB mag veroorzaken. Voor situaties op hetzelfde perceel — zoals appartementen — geldt dezelfde grenswaarde bij te openen ramen en deuren van een andere woning (artikel 4.108 lid 3 Bbl).
De grenswaarde van 40 dB geldt in de avond en nacht (19:00–07:00 uur). Heeft het toestel een geluidsarme instelling (stille modus) die in die periode actief is, dan geldt overdag (07:00–19:00 uur) een grenswaarde van 45 dB. Zonder stille modus moet het toestel dus ook overdag aan de 40 dB voldoen. Lees meer op de pagina over de geluidsnormen voor warmtepompen.
Voor de geluidseis geldt dezelfde norm als elders: maximaal 40 dB op de erfgrens (avond/nacht). Daarnaast kan voor de plaatsing zelf een (omgevings)vergunning nodig zijn, afhankelijk van zichtbaarheid vanaf openbaar gebied en gemeentelijke regels (welstand). Informeer bij uw gemeente.
Het wettelijke toetspunt ligt op de erfgrens op 1,5 meter hoogte, maar bij een hoge bron kan het geluidsniveau bij hoger gelegen ramen van de buren hoger zijn dan op de erfgrens. De officiële WPAC-methode schrijft daarom voor om bij een bronhoogte boven 2,5 meter ook ontvangposities bij ramen en deuren te beoordelen.
Ja — als de unit een stuk uit de rand staat, breekt de dakrand de zichtlijn naar laag gelegen punten en werkt hij als scherm. De tool berekent deze afscherming automatisch. Voor hoger gelegen ramen helpt de dakrand niet; daar blijft vrije zicht bestaan.
Ja. Een wand vlak achter of naast de unit reflecteert geluid richting de buren en verhoogt het niveau met enkele dB’s. De tool detecteert wanden binnen 2,5 meter en past zowel de richtingsfactor als reflecties automatisch aan.
Deze rekentool geeft een indicatieve berekening op basis van WPAC-geluid V2020 en is geen vervanging voor een formeel akoestisch onderzoek. Raadpleeg bij twijfel een akoestisch adviseur of uw gemeente.