Sinds warmtepompen massaal hun intrede doen in Nederlandse tuinen, is het geluid van de buitenunit een van de meest voorkomende burenergernissen. De wetgever heeft daar duidelijke grenzen aan gesteld. Op deze pagina leest u welke normen gelden, waar precies wordt gemeten, en wat er gebeurt als een installatie te veel geluid maakt. Wilt u direct weten of een opstelling voldoet? Gebruik dan de gratis rekentool.
Welke wet geldt er?
De geluidseisen voor buiten opgestelde installaties voor warmte- of koudeopwekking — warmtepompen én airco's — staan sinds 1 januari 2024 in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), onderdeel van de Omgevingswet. Het Bbl is de opvolger van het Bouwbesluit 2012; de geluidseisen zelf zijn daarbij inhoudelijk ongewijzigd overgenomen. Ze werden oorspronkelijk per 1 april 2021 ingevoerd en gelden voor installaties die sindsdien zijn geplaatst of vervangen.
De twee kernbepalingen zijn artikel 4.107 lid 2 Bbl (woningen op verschillende percelen: de eis geldt op de perceelgrens) en artikel 4.108 lid 3 Bbl (woningen op hetzelfde perceel, zoals appartementen: de eis geldt bij te openen ramen en deuren van de andere woning). Hoe het geluidsniveau berekend moet worden is vastgelegd in de Omgevingsregeling.
De grenswaarden: 40 dB en 45 dB
De basisnorm is 40 dB(A). Die geldt in de avond- en nachtperiode, van 19:00 tot 07:00 uur — de uren waarin mensen buiten zitten, slapen en het achtergrondgeluid laag is. Overdag (07:00–19:00 uur) mag het geluidsniveau 45 dB(A) bedragen, maar uitsluitend als het toestel een geluidsarme instelling (stille modus) heeft die in de avond en nacht actief is. Heeft een toestel geen stille modus, dan moet het dag én nacht aan de 40 dB voldoen.
Ter referentie: 40 dB komt overeen met het geluidsniveau in een rustige woonwijk 's nachts of een stille bibliotheek. Het is uitdrukkelijk géén onhoorbaarheidseis — een warmtepomp die aan de norm voldoet kan op de erfgrens nog steeds hoorbaar zijn, zeker het lage zoemen van de ventilator en compressor.
Waar wordt het geluid beoordeeld?
Bij woningen op verschillende percelen ligt het beoordelingspunt op de perceelgrens met het buurperceel, op 1,5 meter hoogte. Belangrijk: de eis geldt alleen op grenzen met een perceel waarop een woonfunctie aanwezig is of mogelijk is. Grenst uw tuin aan een bedrijfsterrein, openbare weg of plantsoen, dan geldt op die zijde geen geluidseis.
Twee bijzondere situaties verdienen aandacht. Staat er op de perceelgrens een volledig gesloten scherm of tuinmuur van minimaal 10 kg/m², dan wordt het geluid een halve meter boven dat scherm beoordeeld, met een correctie van 5 dB. En staat de buitenunit hoog opgesteld — op een aanbouw, schuur of dak — dan moet het geluid daarnaast ook beoordeeld worden bij te openen ramen en deuren van buurwoningen, op de werkelijke hoogte van die ramen. Juist die hoger gelegen toetspunten blijken in de praktijk vaak bepalend.
Voor welke installaties geldt de norm?
De eis geldt voor alle buiten opgestelde installaties voor warmte- of koudeopwekking bij woningen: lucht-water warmtepompen, hybride warmtepompen, lucht-lucht warmtepompen en airco-buitenunits. De norm geldt per afzonderlijke installatie en is van toepassing op toestellen die op of na 1 april 2021 zijn geplaatst of vervangen. Voor oudere installaties geldt de specifieke norm niet met terugwerkende kracht, maar bij ernstige hinder kan de gemeente op grond van de algemene zorgplicht alsnog om maatregelen vragen.
Hoe wordt het geluidsniveau bepaald?
De wet schrijft een rekenmethode voor (vastgelegd in de Omgevingsregeling). In opdracht van het Rijk is daarvoor de rekentool WPAC-geluid ontwikkeld: aan de hand van het geluidsvermogen van het toestel (LwA, te vinden op het energielabel of in de productdocumentatie), de afstand tot het beoordelingspunt, reflecties, afscherming en de opstelling wordt het geluidsniveau op het toetspunt berekend. De interactieve rekentool op deze site is op diezelfde methode gebaseerd en laat direct zien welk geluidsvermogen op een bepaalde plek maximaal toelaatbaar is.
Handhaving: wat als een installatie te veel geluid maakt?
Toezicht en handhaving liggen bij de gemeente (vaak uitgevoerd door de omgevingsdienst). Wie overlast ervaart, kan de gemeente vragen om handhaving; die kan een geluidsmeting of -berekening laten uitvoeren en bij overschrijding de eigenaar verplichten maatregelen te nemen — van het activeren van de stille modus tot verplaatsing van de unit. Ervaart u zelf overlast van de installatie van een buur? Lees dan het stappenplan op de pagina geluidsoverlast van de warmtepomp van de buren.
Andersom geldt: wie een warmtepomp plaatst, doet er verstandig aan de geluidsberekening vóór installatie te maken en te bewaren. Veel installateurs leveren deze standaard mee; met de rekentool controleert u het zelf, en via de deelknop kunt u de berekening delen met installateur, buren of gemeente.
Verder lezen
- Bereken uw situatie met de gratis rekentool
- Warmtepompgeluid verminderen: praktische tips
- Geluidsoverlast van de warmtepomp van de buren?
- Veelgestelde vragen
Deze pagina is een toegankelijke samenvatting van de regelgeving en geen juridisch advies. Raadpleeg voor de exacte wetteksten het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsregeling, of vraag advies aan uw gemeente of een akoestisch adviseur.